Artikelen Oudheid

De slag bij Cannae – 216 v.Chr.

De Romeinen staan bekend om hun vele oorlogen om stukken grond te veroveren en toe te voegen aan hun rijk. Een van deze grote oorlogen was tegen hun aartsvijand Carthago. In een reeks van drie oorlogen zou de overwinnaar meester van de Mediterrane Zee worden.  Uiteindelijk komt Rome als overwinnaar uit de oorlog en weet in de derde oorlog Carthago voorgoed te verslaan. Deze oorlogen zullen later bekend staan als de Punische oorlogen. 1John P. McKay e.a., A history of Western society (Twelfth edition; Boston, Massachusetts 2017) 130-131.

Ondanks dat Rome als winnaar uit de derde Punische oorlog tevoorschijn kwam, had het niet veel gescheeld of Carthago was als winnaar uit de strijd gekomen. De val van Rome vond bijna plaats in de tweede Punische oorlog. Deze oorlog begon bij Hannibal die de stad Saguntum belegerde. Aangezien deze stad bondgenoot was van Rome, verklaarde Rome oorlog aan Carthago. Hannibal rekruteerde soldaten in Spanje om gezamenlijk tegen de Romeinen te vechten. Hiervoor werkte zij voornamelijk als huurlingen, maar dit veranderde naar daadwerkelijk bondgenoten op het slagveld. 2Adrian Goldsworthy en Corrie van den Berg, Carthago (Amsterdam 2008) 176.  In een reeks van overwinningen op de Romeinen en de beroemde tocht met olifanten over de Alpen stond Hannibal met zijn leger vlak bij de stad Rome1.
In Rome heerste er chaos, na de verliezen in Noord-Italië. De senaat probeerde uit alle macht een manier te vinden om alles bij elkaar te verzamelen om Hannibal te stoppen. Zo werden de legioenen vergroot en kwamen er ook meer ruiters bij. 3Adrian Goldsworthy en Corrie van den Berg, Carthago (Amsterdam 2008) 206. Ook werden er twee nieuwe legerleiders aangewezen die Hannibal op het slagveld zouden moeten gaan verslaan: Gaius Terentius Varro en Lucius Aemilius Paullus. 4Ibidem, 207.
Het Romeinse leger volgde het leger van Hannibal, maar bleef op een afstand. Door middel van verkenningstochten hield het Romeinse leger Hannibal goed in de gaten. Hannibal veroverde Cannae en zette er vlak bij zijn kamp op. De Romeinen zette hun kamp niet ver van Cannae op, vlak naast de rivier Aufidus. Het gebied rondom de rivier was vrij vlak, wat een groot voordeel zou zijn voor Hannibal. Ondanks dat Hannibal al geen olifanten meer had, was zijn cavalerie wel in de meerderheid. In het Romeinse kamp ontstond er onenigheid over hoe ze Hannibal zouden gaan bevechten. Een frontale aanval op het open veld zou voordeel geven voor Hannibal, maar Hannibal wist dit zelf ook. Ondanks dat waren de Romeinse soldaten wel beter georganiseerd. Dit zorgde ervoor dat beide partijen niet direct de aanval inzette, maar in een reeks van schermutselingen elkaar uit probeerde te lokken tot een groot gevecht. Dit uitdagen van de andere partij was van groot belang. Beide kampte met problemen, waardoor de tijd drong. De Romeinen zagen hun landen vernietigd worden door de rooftochten van de troepen van Hannibal, terwijl de troepen van Hannibal hun eten alleen via het roven van land konden verkrijgen. 5Adrian Goldsworthy en Corrie van den Berg, Carthago (Amsterdam 2008) 209-211.

Na een tijd van elkaar uitdagen, was het raak op 2 augustus 216 voor Christus. Het Romeinse leger werd in de triplex acies opgesteld. Dit is een Romeinse opstelling waarbij in een blokpatroon, zoals bij schaak de soldaten worden opgesteld in leeftijd/ervaring. Zij werden ondersteund door de Velites, de lichte infanterie, die de flanken zouden beschermen. De Romeinse soldaten waren in de meerderheid, de verwachting was ook dat zij de soldaten van Hannibal wel konden verslaan. De grote uitdaging lag bij de cavalerie, vooral de Libische ruiters waren geduchte tegenstanders.
De slag begon tussen de lichte infanterie die schermutselingen hadden onderling. De echte aanval begon toen Hasdrubal, met Spaanse en Gallische ruiters de aanval inzette op de Romeinse cavalerie. Hasdrubal kwam hierbij als overwinnaar uit de strijd, waardoor de Romeinen nog minder cavalerie hadden om tegen de ruiters van Hannibal te vechten.
Zoals verwacht, wonnen de Romeinse soldaten langzaam. Maar anders dan verwacht, gaven de Gallische troepen niet gauw op. En toen de Libische soldaten zich bij de strijd voegde, ontstond er chaos onder de Romeinse soldaten. De Romeinse soldaten waren vermoeid en niet in staat in een goede linie op te stellen tegen de Libische soldaten. De eerdere overwinning van Hasdrubal had ervoor gezorgd, dat hij achter het Romeinse leger kon komen. Gaius Terentius Varro zag dit gebeuren en vluchtte weg met zijn cavalerie-eenheid, waardoor de Romeinse soldaten nu aan hun lot waren overgelaten. Omringd door tegenstanders, was er geen weg meer om te vluchten. En ondanks dat ze nog steeds de meerderheid hadden op de troepen van Hannibal, waren ze door hun vermoeidheid en ongestructureerde organisatie niet in staat om uit te breken. Duizenden Romeinse soldaten zaten opgesloten en in uren tijd werden ze aangevallen. 6Ibidem, 213-223.
Na het enorme verlies van de slag bij Cannae, was het Romeinse verlies compleet. Het lot van Rome lag in de handen van Hannibal.

Vanaf de Romeinse tijd tot de dag van vandaag wordt er gediscussieerd of Hannibal naar Rome had moeten trekken of niet. Ondanks dat Hannibal niet direct optrok naar Rome, heeft het een groot effect gehad op de Romeinen zelf. 7Ibidem, 226-227. 
Uiteindelijk winnen de Romeinen, vooral met de hulp van Scipio Africanus die de methodes van Hannibal tegen Hannibal gebruikt. In de derde Punische oorlog, wordt Carthago voorgoed verslagen en weggevaagd uit de geschiedenis. Ondanks dat velen Carthago maar nauwelijks kennen, is de legende van Hannibal geboren. Vooral de slag bij de Cannae heeft hierbij flink bijgedragen. Wat het grote antwoord had moeten zijn vanuit Romeinse kant, werd een ware nachtmerrie en afslachting van duizenden Romeinse soldaten.

Bronnen   [ + ]

1. John P. McKay e.a., A history of Western society (Twelfth edition; Boston, Massachusetts 2017) 130-131.
2. Adrian Goldsworthy en Corrie van den Berg, Carthago (Amsterdam 2008) 176.
3. Adrian Goldsworthy en Corrie van den Berg, Carthago (Amsterdam 2008) 206.
4. Ibidem, 207.
5. Adrian Goldsworthy en Corrie van den Berg, Carthago (Amsterdam 2008) 209-211.
6. Ibidem, 213-223.
7. Ibidem, 226-227.

Dit vind je misschien ook leuk...